Floris Heemskerk

– Composer –

Portfolio

documentaire

Aap tot Aap

Aap tot Aap is een documentaire van Meike Schaapveld, waarin zij onderzoekt waarom we bepaalde emoties fysiek uiten: waarom blozen we uit schaamte, huilen we tranen van verdriet, of gillen we van angst? Samen met prof. dr. Mariska Kret, hoogleraar cognitieve psychologie, duikt Meike in de wereld van menselijke tot mens-aap emoties. Wat deze documentaire voor mij bijzonder maakt, is dat het ondanks het informatieve karakter draait om emotie, niet alleen die van apen of mensen in het algemeen, maar juist ook die van de maakster zelf. Meike stelt zich kwetsbaar op, reflecteert op haar eigen gevoel en laat dit letterlijk zien, dit werkte voor mij als inspiratie voor de muziek.

Toen ik bij het project betrokken raakte, waren de draaidagen al voorbij en was de montage begonnen. Dit gaf mij meteen een duidelijke basis: ik kon direct beginnen met het maken van muzikale schetsen op het beeldmateriaal. Mijn rol als componist zag ik vooral als het voelbaar maken van de emotionele laag in het verhaal, zonder deze te zwaar aan te zetten. Meike gaf mij daarin veel vertrouwen en vrijheid. Omdat zij de deadline voor het NFF dat jaar al had laten varen, was er voor mij dus ook geen harde deadline. Dat was aan de ene kant prettig, maar leidde ook tot vertraging; Meike ging op reis, ik kreeg het druk met andere projecten, en het proces kwam tijdelijk stil te liggen. Dit bracht wel een uitdaging met zich mee; het vroeg van mij de discipline om tussen andere projecten door toch met de film bezig te blijven, daarbij was het lastig om in de ‘flow’ te blijven. Ik merkte dat ik zelf echt behoefte heb aan deadlines, en in dit soort gevallen zou ik voortaan voor mijzelf alsnog een duidelijke planning willen opstellen. Tegelijkertijd bracht deze pauze ook iets positiefs: toen we het project weer oppakten, bleek er budget beschikbaar voor live opnames. Samen met opnametechnicus Jens Loeven organiseerde ik sessies met violiste Camille Rabot en vibrafonist Francesco Rubin. Deze live-instrumenten voegden veel toe aan de muziek: de vibrafoon gaf een levendige, ‘speelsheid’ die erg goed aansloot bij de beelden van de apen, terwijl de viool expressiviteit en ‘menselijkheid’ toevoegde, dit had ik met midi niet kunnen bereiken. 

Een centraal element in mijn muziek is het hoofdthema. Door de inzet van syncopatie binnen een 5/4-maat ontstaat een soort ritmisch momentum en speels karakter – iets wat volgens mij goed aansluit bij het gedrag van de apen. Het thema komt terug in meerdere fragmenten in de film. In het eerste portfolio fragment hoor je het in de introductie van de documentaire, waar het direct de toon zet voor de rest van het verhaal. In het tweede fragment bij het “Pupilsynchronisatie Experiment” wordt het thema ingezet in een zwaardere, meer emotionele context. Meike gaf aan dat dit moment moest aanvoelen als een climax: alles komt hier samen. De scène bevat een lang close-up shot waarin Meike geëmotioneerd raakt door de beelden van een moeder aap die met haar pasgeboren jong speelt. Dat beeld vormde voor mij het uitgangspunt voor de muzikale emotie. In het derde fragment bij de aftiteling, keert het thema terug in een meer uitgebreide, orkestrale versie. Hiermee wilde ik het einde “groots” laten voelen: we hebben iets gevoeld, iets geleerd, maar het onderzoek gaat door en er valt nog veel te ontdekken. Met dat gevoel wilde ik het publiek achterlaten.

Ook wil ik kort stilstaan bij het post-productieproces, dat was namelijk een erg fijne samenwerking. De eindmix werd gedaan door Thom Verbree. Samen met sound designer Armani van Engelen, Foley artist Cyril Jansen en Meike werden we uitgenodigd voor een gezamenlijke final viewing, waarin we samen alle puntjes op de i konden zetten. Alle audio disciplines kwamen hier mooi samen, wat resulteerde in een mooi verzorgd eindproduct. Ik vond dit een erg prettige manier van werken en hoop in de toekomst vaker op deze manier een project te kunnen afsluiten.

Wat beter had gekund was als ik vanaf het begin een duidelijke planning voor mezelf had gemaakt en mijzelf deadlines had opgelegd. Dan had ik wellicht ook nog piano en cello kunnen opnemen. Daar was uiteindelijk geen tijd voor, terwijl ik met alle uitloop binnen dit project die ruimte zeker  had kunnen vinden. Meer live opnames hadden deze productie echt een stapje hoger kunnen tillen. De orkestrale versie in portfolio fragment drie is gemaakt met een midi-cello en – hoewel de echte viool de midi-cello al meer geloofwaardig maakt –had een echte cellist nog een extra laag expressie en gevoel kunnen toevoegen. Ook is er een scène binnen dit project waar ik minder tevreden over ben, deze heb ik daarom als portfolio-materiaal toegevoegd. Bij die scène bestond de muziek grotendeels uit piano, waardoor het duidelijk werd dat het geen echte piano was. Als ik dit project opnieuw zou doen, zou ik zeker ook piano opnemen: ik had dat immers zelf kunnen inspelen in de studio’s van school, zonder extra budget vrij te hoeven maken. Ondanks deze kleine verbeterpunten kijk ik met trots terug op dit project.

Fragment #1: Introductie
Fragment #2: Pupilsynchronisatie Experiment
Fragment #3: Aftiteling

Portfolio

Animatie

Void

VOID is een animatieproject van Bertus Dokter, waarin hij mentale problemen belicht, specifiek de angst om je huis te verlaten. Aan het eind van mijn derde jaar aan de HKU wilde ik graag meer opdrachten doen met animatieprojecten. Ik was net terug uit mijn stage in Los Angeles, waar ik werkte voor Vidjay Beerepoot. Vidjay schrijft vaak muziek voor animatiefilms, en dit waren ook de projecten waaraan ik als assistent werkte. Dat vond ik erg inspirerend en daarom ging ik eenmaal terug in Nederland, zelf op zoek naar animatieprojecten om muziek voor te schrijven.

Ik ben toen langs gegaan bij de animatie opleiding van de HKU, waar ik Bertus leerde kennen. Ik was erg onder de indruk van zijn animatiestijl, en hij was ook enthousiast over mijn muziek. We wisselden contact uit. Daarna hoorde ik een tijd lang niks van hem, totdat hij mij pas aan het begin van mijn vierde jaar weer benaderde. Bertus had geen specifiek beeld van hoe de muziek moest worden en gaf mij daarin alle vrijheid. Omdat ik zijn animatiestijl – waarin hij 3D- en 2D-elementen door elkaar mixt – zo mooi vond werken, besloot ik om dit project als portfolio-stuk te gebruiken, en er dus veel meer tijd in te steken dan waarvoor ik werd betaald, en dan wat Bertus van mij vroeg.

De muziek begint met piano en klarinet. Voor mij is de klarinet het perfecte instrument om eenzaamheid of ‘leegte’ te verklanken, de klarinet kan dan ook een soort ‘holle’ klank hebben. In deze scène bevindt het figuur zich dan ook alleen in zijn kamer en kijkt naar buiten. Als hij zijn deur open doet, wordt hij overweldigd door “het buiten zijn”, en alles om hem heen begint te draaien. Hier spelen de harp en piano, beide op- en neergaande arpeggio’s, die in tegengestelde fase van links naar rechts ge-panned worden. Die arpeggio’s en de panning worden steeds sneller en bouwen zo op naar het hoofdthema. Dit hoofdthema moest hier zwaar en moeizaam aanvoelen, alsof je wordt meegesleept over de straten waar de lichten langzaam uitvallen. De stroom valt uit en uit het niets scheurt de grond open, en het komt op hem af. De muziek verandert dan in opzwepende, ‘agressieve’ muziek in 7/8, geïnspireerd op expressionistische muziek van Stravinsky. Daarna volgt een deel met meer elektronische, synthetische elementen, tot alles tot stilstand komt bij een gigantische explosie van een gebouw – hier heb ik ook bijgedragen aan het sound design.
Vanaf dat punt begint alles uit elkaar te vallen. Ik wilde hier de muziek meer abstraheren, met een gevoel van ‘ondergaan’, bijna alsof je onder water bent. Alles om hem heen begint te vergaan, en de muziek breekt los van een duidelijk ritme en begint te vervagen, net als de gebouwen om hem heen. Op een gegeven moment ziet hij letterlijk ‘het licht’ en gaat ernaartoe. Het lukt hem bijna niet om er te komen, en hij lijkt op te geven. Hier begint de orkestrale versie van het hoofdthema. Dat moment van ‘willen opgeven’ wilde ik extra dramatisch maken door het hoofdthema hier uit te voeren in een orchestrale setting. Ik heb veel tijd gestoken in het ‘groots’ laten klinken. De orkestratie is geïnspireerd op Nessun dorma uit Turandot van Puccini – met name het moment waarop het koor inzet. Het moest voelen als een strijd, een overwinning, iets dat echt alles van hem vroeg. Nessun dorma gaat over vastberadenheid, zelfvertrouwen en overwinning, en werkte daarom goed als inspiratie voor deze climax.
Het lukt hem uiteindelijk om het licht te bereiken en door de deur naar buiten te stappen. Dan blijkt: hij stapt nu pas écht de deur van zijn huis uit. Buiten blijkt alles oké. Hier heb ik als het ware “de vogels laten fluiten” met twee apart opgenomen klarinet lagen, om te symboliseren dat alles veilig is. De klarinet die eerst eenzaamheid en angst symboliseerde aan het begin van het verhaal, symboliseert nu op het einde juist een gevoel van veiligheid en rust. 

Omdat de klarinet aan het begin en eind zo’n grote rol speelt, heb ik deze partijen live opgenomen met klarinettiste Isis van Loosdrecht, met hulp van opnametechnicus Jens Loeven. Daarna heb ik Dickenson Eekman benaderd om te helpen met het sound design. Deze extra hulp heeft de productie naar een hoger niveau gebracht, wat ik in mijn eentje niet had kunnen bereiken.
Een uitdaging was nog het rekening houden met timing met veranderingen in animatie. Tijdens mijn stage bij Vidjay had ik al geleerd dat er altijd dingen verschuiven als de animatie nog niet klaar is, dit kan problemen opleveren met de synchronisatie van de muziek. Dat is nu ook gebeurd: de scène waarin de schuur in de grond zakt (bij die expressionistische, Stravinsky-achtige stijl) is niet zo strak getimed als oorspronkelijk gepland. In het vervolg wil ik daarom nog duidelijkere communicatie over eventuele veranderingen in de animatie om dit soort timing problemen te voorkomen. Meer live-opnames waren zeker ook mooi geweest, maar met oog op het kleine budget ben ik erg tevreden met wat ik heb weten neer te zetten met één enkele live-opname. Ook moet ik zeggen dat het mij te lang heeft geduurd om dit resultaat te bereiken, met name het orkestrale deel op het einde. Ik was niet alleen veel tijd kwijt met het orchestreren en zorgen dat alles ‘klopte’ qua arrangement – afkijken bij de orchestratie van Puccini heeft hierbij enorm geholpen – maar ook het goed laten klinken van het geheel en het mixen van deze ‘grootse’ sound heeft veel tijd gekost. Ik denk dat ik veel tijd had kunnen besparen met een betere template, waarin ook al een redelijke mix van het orkest is voorbereid. Binnen de context van dit project was deze tijdsinvestering niet echt een probleem en ik heb zeker ook veel geleerd doordat ik nu echt de tijd nam om alles goed goed uit te zoeken, ik ben erg blij met het eindresultaat en kreeg van Bertus dit bericht na het opsturen van de laatste versie:

Heel erg bedankt Floris! 🙏 Het is echt een heel mooi en emotioneel muziekstuk geworden, ben nog steeds enorm onder de indruk. Het maakt de animatie ook zoveel beter!”

Fragment #4: VOID

Portfolio

NPO ZAPP Pilot

The Bizniz Kid

The Bizniz Kid gaat over een kind dat het werk van zijn vader overneemt. Joep Boode heeft mij gevraagd om samen de muziek voor deze pilot te gaan maken. We kozen voor een jazz bigband stijl, omdat wij dachten dat dat paste bij het idee van een kind dat een volwassen rol op zich neemt. Bigband jazz is voor mij de perfecte manier om het speelse van een kind te behouden in iets dat tegelijkertijd verfijnd en ‘volwassen’ klinkt.

Een uitdaging voor ons lag niet alleen in de muziek zelf, maar ook in de samenwerking met de NPO. We kregen maar weinig tijd om de muziek te schrijven en er was nauwelijks budget vrijgehouden voor de muziek. Dat was op zich geen probleem geweest, ware het niet dat we ook onze royalties zouden moeten afstaan. Daar waren we het niet mee eens, en dat zorgde voor conflict. De NPO stond erop dat hier niet over te onderhandelen viel. Uiteindelijk zijn we akkoord gegaan, op voorwaarde dat we bij een eventuele serieproductie onder marktconforme tarieven zouden worden aangenomen. Hoewel de pilot nooit is doorontwikkeld tot een serie, heb ik hier geen spijt van. Het leverde wat mij betreft mooi portfoliowerk op in een genre waar ik al heel lang in wilde werken. Ik heb hier wel van geleerd dat ik in de toekomst mijzelf toch echt hard zal moeten maken voor betere afspraken, en dat ik vooral de balans zal moeten vinden in het opbouwen van mooi portfoliowerk zonder dat dit ten gronde gaat aan mijn eigen belangen.

De samenwerking met Joep was erg fijn. We waren goed op elkaar ingesteld en konden de scènes duidelijk verdelen. Portfolio fragment #5 hebben we samen aangepakt, zonder over en weer te sturen, maar naast elkaar in de studio. Ik hield mij vooral bezig met de blazers en Joep speelde onder andere gitaar. Ik heb dit fragment gekozen omdat mijn bijdrage hieraan iets groter was: vanaf de titel is het meeste werk in deze scène dan ook alleen door mij gedaan. Daarnaast hebben Joep en ik musici benaderd; in deze scène speelt Maas van Gogh saxofoon. Dat voegde veel toe. Dit keer was ik niet zelf bij de opnames aanwezig en heeft Maas de partij thuis ingespeeld. Hoewel Maas dat erg goed heeft gedaan, merk ik dat het altijd meerwaarde heeft om wél bij de opnames aanwezig te zijn. De muzikant hoeft zich dan alleen op het spelen te concentreren, terwijl iemand anders de muzikant aanstuurt en weer iemand anders de opname verzorgt. Volgens mij levert dat toch vaak een beter resultaat op.

Hoewel de pilot uiteindelijk niet werd gekozen om tot een volledige serie te worden uitgewerkt, hoorde ik tijdens de première van veel mensen dat ze de pilot leuk vonden en dat de muziek goed werkte. Joep en ik zijn ook erg tevreden over het eindresultaat. Het is dan ook een mooie aanvulling op mijn portfolio.

Fragment #5: The Bizniz Kid